Deabetinking

Sa'n 300 besiters belibben tongersdei 4 maaie in bysûnder Deadebetinking op Abbegeaster Ketting.

Interview Herinneringen uit de oorlog
Interview met Jitte Flapper en Lolke Otter
Interviewer: Willem van der Meer
Opnames: Liesbeth Rypma en Anne de Vries

Link: Ynterview op Youtube


FrieslanActueel. Dodenherdening 4 mei 2017 Blauwhuis - Abbegea
Herdenking Gerrit Rijpma (1926-1945). Gerrit probeerde op 8 februari 1945 aan de razzia te ontsnappen, maar dit mislukte.

Link: Registratie Friesland Actueel

Tekst taspraak Steven de Winter

8 februari 1945 was een sombere, gure, regenachtig dag. Er stond een flinke zuidzuidwestelijke wind. Windkracht 4 tot 5. Bij een temperatuur van gemiddeld 5,5 graad Celsius. Maar de gevoelstemperatuur kwam nauwelijks boven de 1 graad.
Een getuige, getuige nummer 10, verklaarde later (ik citeer uit het politieverhoor van 28 mei 1946): "In de morgen van Donderdag 8 februari verscheen plotseling en geheel onverwachts een grote troep geüniformeerde personen, bestaande uit Duitsers en Landwachters".
Een razzia, hier in Abbegeaster Ketting, op de plek waar wij nu staan. Wat hier gebeurde moest voor de bezetter verborgen blijven. En dat was zo lang zo goed gegaan. Tot deze 8e februari 1945. Nog maar 9 weken vóórdat de Canadezen en de Binnenlandse Strijdkrachten dit deel van Fryslân zouden bevrijden.
Begin 2006 stond ik hier met Sicco Rypma om voor Omrop Fryslân het verhaal in beeld te brengen van de broer van zijn vader, omke Gerrit. En toen kwam zomaar Jan Otter het beeld binnen fietsen. Hij kon zich die 8e februari 1945 nog goed herinneren. Otter woonde - en woont nog steeds - hier, op de ketting.
Dinsdag daarvoor kwamen er al zes Duitse officieren op de fiets voorbij. Toen waren al enkele verzetsmensen en onderduikers gevlucht. En weer teruggekomen. Maar de donderdag daarna, kwamen de Duitsers en hun Nederlandse handlangers opnieuw èn met véél meer. Een grote razzia. Er zaten hier, in de huizen om ons heen, overal Joden ondergedoken.

Jan Otter wees het Sicco en mij precies aan: "daar zaten er 2. En daar zaten 3." Otter zweeg even, slikte wat weg. "Hier was van alles", zegt hij dan.

Maar een weg die naar deze buurtschap leidde, was er toen nog niet. Wel een pad. Je kon hier alleen maar op de fiets komen. Het leek zo een veilige plek, waar het verzet ook gewoon wapens overlaadde. In Abbega lagen op de zolder van de school radiotoestellen en wapens verstopt. En hier, bij de ketting, zaten, volgens Otter, wel 40 man ondergedoken. En hij wees ons de plekken weer aan: "Daar en daar en daar, bij mijn vader. En daar zaten ze, bij Rijpma."
Johannes Rijpma en Hendrine Minnema met hun 10 kinderen. De jongste was Gerrit, 18 jaar.
In die tijd, midden in de bezetting, werd in het kerkje in Abbega, de Matthäus Passion uitgevoerd! Door onderduikers en mensen die hen verborgen hielden. Het was 1942. Het kerkje in Abbega zat stampvol. Zo vol dat de Matthäus Passion het jaar daarop werd uitgevoerd in de Martinikerk in Bolsward, het begin van een traditie die nog steeds voortduurt.
Dat weten wij dankzij Arnica Mees. Eind 1941 kwam Arnica met haar 2 broers uit Den Haag hierheen. In het voorjaar van 1942 volgde Arnica's moeder. Arnica's moeder was de dochter van een Duitse officier uit de Eerste Wereldoorlog en sprak dus perfect Duits. En Arnica's moeder zong. De Abbegeaster Matth&aum;us Passion begon bij haar.
Abbegeasterketting werd met al die ymport een smeltkroes van culturen.
Verderop, weet Arnica Mees nog, woonde hier een Rus (Kotsuba), met zijn gezin op een boot. Daar was ook een Oostenrijkse vrouw (Minzi) bij. En, vertelt Arnica, er waren natuurlijk veel Joden. "Bij ons woonde ook een Joods meisje". De moeder van Arnica deed deze Joodse onderduikster altijd een hoofddoekje om, om haar zwarte haar te verbergen.
Moeder Mees, de moeder van Arnica dus, had ook een ingenieus alarmsysteem bedacht. Op de stoep stond permanent iemand op de uitkijk. Als er Duitsers over de dijk naderden kon hij op een belletje drukken. En wie het belletje hoorde, kon dan de volgende waarschuwen. Zo kon in een mum van tijd iedereen worden gewaarschuwd en kon iedereen op tijd wegkruipen.
Getuige nummer 17, Petrus van Nus, 44 jaar, citaat uit het politieverhoor van 5 juni 1946:
"In februari 1945 was ik in Abbegeasterketting, onder Abbega, gemeente Wymbritseradeel, ondergedoken bij Gerben van der Veen. Ik was ondergedoken vanwege de spoorwegstaking van September 1944. Op zekere dag in Februari 1945, de juiste dag en datum weet ik niet meer, kwam aldaar omstreeks 11 uur een overval van S.D.-ers en andere Duitse militairen.
(S.D.ers - ik leg het toch maar even uit - dat waren agenten van de Sicherheitsdienst, de Veiligheidsdienst van de Nazi's. SD-bataljons stonden onder bevel van de SS en werden gevreesd vanwege hun extreme gewelddadigheid)
Verder met de verklaring van getuige nummer 17: "S.D.- ers en andere Duitse militairen kwamen lopende van Abbega en zij verspreiden zich buiten Abbega direct.
Twee zonen van den veehouder Rijpma en een zoon van Gerben van der Veen, waar ik was ondergedoken, en een onderduiker, vluchtten daarop in twee roeibootjes en voeren de Bolswardervaart uit in de richting naar Bolsward, dus in afwaartse richting van Abbega vanwaar de S.D.-ers kwamen. Enige dagen voordien waren er ook al S.D.-ers geweest en die hadden kennelijk de plaatselijke toestand al opgenomen. Vrij spoedig zetten zij dan ook de vluchtelingen achterna."

Getuige Minze van der Veen, 39 jaar, gehoord op 28 mei 1946: "Op Donderdag 8 Februari was ik te logeren bij mijn ouders te Abbegeasterketting en kwam er op die dag een razzia aldaar. Daar er bij de buren aldaar een onderduiker was en ikzelf ook wilde vluchten, gingen wij in een roeibootje en roeiden wij de Bolswardervaart uit in de richting naar Bolsward. Voordat wij wegvoeren, waren er al twee jongens van den veehouder Rijpma, ook wonende aldaar, weggevaren in die richting. Vele S.D.-ers en andere militairen kwamen uit de richting Abbegea naar ons toe. In het geheel wel 40 man."

Getuige Arbraham van der Veen (72 jaar), gehoord op 3 juni 1946: "Toen is de 18-jarige Gerrit Rijpma, wonende alhier, doodgeschoten en Minze van der Veen, zijnde een zoon van mijn broer Gerben, in de arm geschoten, tengevolge waarvan die arm later moest worden geamputeerd."

Sjoerd en Gerben van der Veen, de 2 neven van Minze van der Veen, zochten in 2015 Arnica Mees op in Stuttgart. Arnica, inmiddels diep in de 80, vertelt over haar moeder die tijdens de bezetting waarachtig meer deed dan alleen de Matthäus Passion instuderen:
"Mijn moeder was verpleegster en is bij allebei meteen gaan helpen. Gerrit heeft ze nog een pijnstiller kunnen geven en hij is op haar schoot overleden."
"Minze heeft zij de arm afgebonden en een noodverband aangelegd, anders zou hij zijn doodgebloed. Toen liet zij hem op een ladder leggen en naar de Dijk brengen. De weg tussen Abbega en de dijk achter ons was nog een heel smal voetpad. De brug was een smalle draaibrug. Ons huis was het laatste in het rijtje."
"Net toen ze daar voorbij kwamen verscheen de Duitse officier en riep: 'Halt! Stehen bleiben!' Mijn moeder zei heel rustig daarentegen: "Doorlopen". Verbaasd draaide de officier zich om en vroeg haar, natuurlijk in het Duits: "Hoe durft u mijn bevel te negeren?" Hij was namelijk bang dat er op deze manier een onderduiker weg gesmokkeld zou worden. Mijn moeder, heel rustig, ook in het Duits, zij was immers de dochter van een Duitse officier uit de Eerste Wereldoorlog: "Als hij niet onmiddellijk naar het ziekenhuis gebracht wordt, sterft hij. Wilt u twee mensenlevens op uw geweten hebben?" Toen gaf hij zwijgend een kleine wenk: doorlopen. En Minze overleefde.
Yp, de broer van Gerrit Rijpma, vertelde jaren later: "De dood van Gerrit, nog maar 18 jaar oud, was een enorme klap. Maar het was niet helemaal voor niets geweest, omdat anderen door zijn dood hebben kunnen ontsnappen. De moffen die schoten, letten namelijk alleen maar op de vluchters en merkten niet dat ik en mijn broer Rein en een paar onderduikers ons in een greppel hadden verstopt."

Het lichaam van Gerrit Rijpma werd per boot naar Blauwhuis gebracht en daar op het kerkhof bij de Sint Vituskerk begraven. Bij het graf heeft de familie na de oorlog een steen geplaatst:

"Ter vrome nagedachtenis aan
GERRIT J. RIJPMA
Die dodelijk getroffen werd
Toen hij trachtte te ontkomen
Aan zijn vervolgers.
Leve het vaderland.
Vrede voor ons volk.
Hij ruste in vrede.
16 september 1926-8 februari 1945"

Op het graf zelf was ook een steen gelegd:
"Laatste groet
van de
inwoners van het
Abbegasterketting
En wachtvrienden.

Rust zacht
Vriend Gerrit."

Op de grafzerk, links naast de steen van de familie was een ovalen geëmailleerd fotootje geplaatst van Gerrit. Die foto inspireerde Gerard van het Reve, de volksschrijver, die zich later Gerard Reve noemde, tot het schrijven van zijn mooiste gedicht. Reve was in 1964 in Greonterp komen wonen, in Huize 't Gras, naast Sieuwke Hofmeijer-Rijpma, de zus van de bij deze plek doodgeschoten Gerrit.

Het graf van Gerrit Rijpma werd geruimd. Zijn stoffelijk overschot is op 16 maart 1983 overgebracht naar het nationaal ereveld in Loenen (vak E, graf 1318). Sindsdien hebben wij in Blauwhuis en Abbega alleen nog de herinnering aan Gerrit Rijpma. Maar die herinnering blijft onuitwisbaar, dankzij dit gedicht van Reve:

Graf te Blauwhuis
(voor buurvrouw H., te G.)

Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen. En stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit het bruin geëmailleerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.
Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, jaja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Fotoverslag